De Foead-papyruscollectie (Foead; inventarisnummer 266)
is in het bezit van de Société Egyptienne de
Papyrologie te Caïro. Deze collectie wordt gedateerd
op de 1ste eeuw voor Christus.
De papyruscollectie werd in 1939 in Egypte ontdekt en
bevat gedeelten van de Bijbelboeken Genesis en Deuteronomium.
In de fragmenten van Genesis komt de Goddelijke Naam niet
voor omdat de tekst slechts onvolledig bewaard is gebleven.
In het boek Deuteronomium echter komt hij midden in de Griekse
tekst als Hebreeuws kwadraatschrift 49 maal voor. Bovendien
komt het Tetragrammaton in deze collectie driemaal in niet-geïdentificeerde
fragmenten voor, namelijk in de fragmenten 116, 117 en 123.
In een commentaar op deze papyrus schreef Paul Kahle
in Studia Evangelica onder redactie van Kurt Aland, F. L.
Cross, Jean Danielou, Harald Riesenfeld en W. C. van Unnik,
Berlijn 1959, blz. 614: “Een kenmerk van de papyrus
is het feit dat de naam van God wordt weergegeven met het
Tetragrammaton in Hebreeuws kwadraatschrift. Een op mijn verzoek
door pater Vaccari ingesteld onderzoek van de gepubliceerde
fragmenten van de papyrus bracht hem tot de conclusie dat
de papyrus, die zo’n 400 jaar vóór de
Codex B geschreven moet zijn, mogelijk de meest volmaakte
Septuaginta-tekst van Deuteronomium bevat die ons heeft bereikt.”