Het oudste handschrift met de volledige tekst van de
Hebreeuwse Bijbel (beter bekend als het Oude Testament) bevindt
zich in de Russische Nationale Bibliotheek in St. Petersburg.
Het handschrift dateert uit 1008/1009 en staat bekend als
de Codex Leningradensis, genoemd naar de stad Leningrad.
De Codex werd geschreven door joden die destijds in de
Egyptische stad Caïro woonden. Het waren mannen die zich
gespecialiseerd hadden in het nauwkeurig overschrijven van
teksten, in een regelmatig en duidelijk handschrift. Vermoedelijk
waren zij opgeleid in de school van Moses Ben Asher, een bekende
afschrijver uit die tijd. Dit oude handschrift is zeer waardevol
daar het nog in een zeer goede staat verkeerd.
De Duitse geleerde Rudolf Kittel heeft de Codex gebruikt
als voornaamste bron voor zijn uitgave die zeer veel aanzien
genoot, de Biblia Hebraica, uitgegeven in 1937. Later heeft
zijn medewerker Prof. Paul Kahle het werk van Kittel voortgezet
wat leidde tot een verbeterde uitgave die in 1977 als de Biblia
Hebraica Stuttgartensia werd uitgebracht.
Een mooie geïllustreerde pagina uit de Codex”.
Een deskundige op het gebied van Hebreeuwse Manuscripten
liet ons weten dat het kleurenbeeld met de ster van David,
dat u hieronder ziet, een “Masoretisch tapijt”
genoemd wordt. We tonen hier een volledige bladvulling
van de Codex Leningradensis. Men vindt in dit manuscript nog
ongeveer 15 dergelijke afbeeldingen terug. Het zijn bladzijden
met prachtige versieringen, typerend voor de joodse kunst
uit de middeleeuwen. Bovendien bevatten ze een religieuze
boodschap. Zo vinden we in de letters teksten terug uit Deuteronomium
12:1; 26:15; 27:10; 28:2, 12-13 en ook uit de Psalmen 60:10;
63:1, 4 en 68:20, 28a.
In het centrum van de Davidster maakt de afschrijver
zich bekend als Samuel, de zoon van Jacob.