Toen men in 1947 door een toeval de Dode Zeerollen ontdekte
in de grotten van Qumram was dat wereldnieuws! Vanaf dat moment
begonnen zowel de plaatselijke bedoeïenen als ook archeologen
verwoed te zoeken naar oude manuscripten. Een oude man herinnerde
zich nog een voorval uit zijn jeugd. Hij zat een patrijs achterna
maar het dier verdween in een rotsopening. Hij bleef de vogel
volgen en vond toen in de grot scherven aardewerk en een oude
olielamp, tekenen dat er hier mensen geleefd hadden. De man
had een uitstekend geheugen want hij wist tussen de vele rotsspleten
nog precies waar hij naar binnen was gegaan. Men begon hier
in de grond te graven en op één meter diepte
vond men stukjes van handschriften. Men vond in totaal 40.000
stukjes, die van zo’n 400 handschriften afkomstig waren.
Ongeveer 100 daarvan waren van Bijbelse oorsprong. Alle boeken
van het Oude Testament waren vertegenwoordigd, met uitzondering
van Esther.
Oude geschriften zijn voor ons in deze tijd nog heel
belangrijk omdat ze veel over de vroege menselijke geschiedenis
onthullen. Veel fragmenten bestonden uit stukjes papyrus.
Dit materiaal werd reeds in 2000 voor Christus gebruikt om
op te schrijven. Papyrus werd gemaakt van het binnenste van
de waterplant, papyrus genoemd, dat veelvuldig langs de oevers
van de Nijl in Egypte groeide. Het woord “papier”
is trouwens afgeleid van het woord “papyrus.”
Enkele papyrusfragmenten van de Griekse Septuaginta werden
geschreven in de 1e eeuw voor Christus. Eén gevonden
fragmentje met teksten uit Leviticus vermeldt niet het veelgebruikte
Kurios, wat Heer betekent, maar stelt in plaats van het tetragrammaton
IAW (of IAO) een Griekse transliteratie van de Goddelijke
Naam; waarmee er toch een onderscheid wordt gemaakt als het
Gods naam betreft.
Het afgebeelde fragment bevat Leviticus 3:12 en 4:27.
De ware grootte is bij benadering 9 cm breed en 5,5 cm hoog.