De meesten onder ons kennen nog wel de “lakzegel”,
de zegel die ook nu soms nog gebruikt wordt om een officieel
document een bijzondere stempel mee te geven. Denk bijvoorbeeld
aan een diploma of een oorkonde die vaak nog op deze manier
getooid worden.
De archeologie heeft in Israëls bodem talloze zegels
terug gevonden. Soms wordt er op de zegel vermeld aan wie
het toebehoorde. Men heeft bijvoorbeeld zegels gevonden van
koningen uit Bijbelse tijden zoals Achaz en Hizkia
of van een koningin genaamd Izebel. De secretaris van de profeet
Jeremia heette Baruch. Ook van hem heeft men een zegel met
zijn naam terug gevonden. Zegels konden verschillende vormen
hebben. Soms waren het ronde staafjes met beeltenissen erop,
de zogenaamde cylinderzegels. Meestal hadden ze echter de
vorm van een scarabee zoals op het voorbeeld hieronder. Een
andere mogelijkheid is dat zo’n kleine zegel in een
ring verwerkt werd die vervolgens door de eigenaar werd gedragen.
In plaats van zijn handtekening onder een document te zetten
werd er dan een kleine hoeveelheid zachte was of klei aangebracht
waarin na akkoordverklaring de zegelring werd geduwd. Aldus
werd het document voor echt en rechtsgeldig verklaard. Soms
diende het zegel ook om het document te sluiten en te bewaren
zoals een akte of een testament. – zie Daniël 12:9.
Iemand die door de koning een zegel was toevertrouwd mocht
officiële decreten uitvaardigen. – zie: Esther
8:2, 8 en 10.
De afgebeelde zegel hieronder was gemaakt uit een rode
jaspissteen en is slechts 11,5 x 7,5 x 4,5 millimeter groot.