Er zijn handschriften op perkament uit het begin van
onze jaartelling die tot op deze dag bewaard zijn gebleven.
Daaronder vinden we ook veel fragmenten van de Heilige Schrift.
Deze handschriften waren vaak rond twee stokken gedraaid en
vormden op die manier een schriftrol of boekrol – Lukas
4:17- 21.

Geschriften op perkament hebben het voordeel
dat ze sterker en duurzamer zijn dan geschriften op papyrus.
Perkament is in het Latijn pergamena. In de oude stad Pergamum
ontwikkelde men het proces om perkament te vervaardigen. Men
gebruikte hiervoor de huid van geiten, schapen of kalveren
en bewerkte het dunne leder zodanig dat het aan beide kanten
beschreven kon worden. De schrijver gebruikte een pen die
gemaakt werd van een rietstengel. Als inkt gebruikte men een
vloeistof die gemaakt was van gom, roet en water.
In de Nationale Bibliotheek van Wenen,
Oostenrijk, vinden we nog zo’n fragment wat uit de derde
of vierde eeuw na Christus dateert. Het fragment bevat een
Griekse tekst. Wat echter opmerkelijk is, is dat de naam van
God wordt weergegeven met een oud-Hebreeuws tetragrammaton.
Het fragment bevat teksten uit Psalm 69, meer bepaald vers
13, 30 en 31. Het perkament wordt toegeschreven aan Symmachus.
Men denkt dat hij een tot het christendom bekeerde jood was.
Symmachus was een vertaler van het Oude testament. Hij vertaalde
van het Hebreeuws naar het Grieks. In zijn vertaling die hij
omstreeks 200 na Christus vervaardigde streefde hij ernaar
om in de Griekse taal de juiste betekenis te leggen van de
Hebreeuwse Geschriften.